La Divina Commedia Gregoriana

Bij ons ontstond de gedachte om een Gregoriaanse Dante-cyclus te maken: een middeleeuwse, Gregoriaanse cyclus die ons vanuit de hel, over de louteringsberg naar het paradijs voert. De cyclus die ongeveer 1½ uur duurt is niet slechts een opsomming van gezangen die Dante noemt in zijn Divina Commedia: de structuur van de komedie, dus Dantes tocht door hel, louteringsberg en paradijs wordt gevolgd. In dit concert wordt een deel van deze gregoriaanse gezangen gezongen. De muziek gaat gepaard met dia’s van diverse kunstwerken: Dantes tocht door hel, louteringsberg en paradijs is door de eeuwen heen door tal van belangrijke kunstenaars verbeeld.

Tijdens de gezangen worden afbeeldingen vertoond van onder meer: Igor Valiulin, Juke Hudig, Gustave Doré, William Blake, Michelangelo Buonarroti, Renato Guttuso, oude handschriften,  Sandro Botticelli, Salvador Dalí, John Flaxman, Fra Angelico, Stradanus (Jan van der Straet).

Aan het concert gaat een  Dante-inleiding door prof. dr. Jacques Janssen vooraf.

Voor een bespreking door Dr. A. Vernooy: KLIK HIER

La Divina Commedia Gregoriana: uitgebreide toelichting.

 (Jacques Janssen, Stan Hollaardt, Augustinus Hollaardt)

We weten dat Dantes gedicht speelt in de Goede Week van het jaar 1300, omdat hij het dateert als ‘duizend tweehonderd zesenzestig jaar’ na de afdaling van Christus in de hel. Hij markeert dat moment door aan het begin en het einde van de hel te verwijzen naar twee Gregoriaanse gezangen die in zijn tijd in de Goede Week gezongen werden: Media vita en Vexilla regis. Soms worden de uren aangegeven via gezangen uit de getijden. Zo wordt op de Louteringsberg bij het vallen van de avond de hymne Te lucis ante terminum gezongen, die in de kloosters nog steeds klinkt tijdens de completen (vlak voor het slapen gaan).

 

Alhoewel ook de hel in het teken van de verlossing staat, wordt er niet gezongen. Er klinkt een eeuwigdurend geschreeuw en gejammer, van pijn en verdriet. De louteringsberg is de plaats bij uitstek voor het Gregoriaans. Ook in het paradijs klinkt Gregoriaans, maar de betekenis ervan vervaagt. Het paradijs overstijgt de komedie en is zelfs voor het Gregoriaans te hoog gegrepen. Alleen in klanken en herhalingen kunnen we ernaar reiken.

 

Wij hebben gepoogd een Gregoriaanse cyclus te maken die Dante op zijn tocht volgt. In de hel is dat moeilijk, behalve bij het begin. Dantes beginwoorden lijken rechtstreeks ontleend aan het boetegezang Media vita. Vervolgens hebben we Gregoriaanse thema’s gezocht die Dantes tocht becommentariëren: de poort van de hel (A porta inferi), de duisternis, het geween en het geknars der tanden (Circumdederunt), het Laatste Oordeel (Dies irae), de zondeval (In sudore), de val van de engelen (Dum praeliaretur), de dood van Christus (Tenebrae factae), het ultieme besef van zondigheid en verlatenheid (Aestimatus sum), Christus’ afdaling in de hel en in het verlengde daarvan de verlossing uit de hel: Libera me en Aurora lucis. Want ook het verhaal van de hel vertelt een komedie, dat wil zeggen is in Dantes opvatting een heilsgeschiedenis. Zijn grote leidsman Vergilius, die hij zozeer bewonderde, kon niet verder reiken dan een tragedie (‘la tua tragedía’), maar Dante mag spreken van ‘la mia commedía’.  Zijn verhaal biedt verlossing.

 

Ook louteringsberg is een tocht langs zonden en zondaren, maar nu wordt boete gedaan en is het perspectief de reiniging. Hier kunnen we Dante werkelijk op de voet volgen. We ontmoeten de pas aangekomen zielen die ten paradijze gaan: In paradisum, de zielen van de nalatigen die Miserere zingen (Exsultabunt), de koningen die het Te lucis aanheffen. Dan gaan we door de poort van de hemel en treffen de trotsen die nederig het Pater noster  bidden. Het is het begin van de zeven terrassen waarop de zeven hoofdzonden worden uitgeboet. Op elk terras voltrekt de reiniging zich in een drieledige structuur: eerst wordt de deugd genoemd, dan de ondeugd en tenslotte volgt een zaligspreking. Bij die zaligspreking verwijdert een engel steeds een van de P’s (Peccata) van Dantes voorhoofd. Wij hebben één deugd (Stephanus’ zachtmoedigheid: Tu principatum), één ondeugd ( Sauls trots: Montes Gelboe) en een reeks van zaligsprekingen (Beati mundo corde) in Gregoriaanse gezangen ‘vertaald’. Steeds als een ziel verlost wordt en zich naar hogere sferen begeeft, begint de berg hevig te schudden, klinkt uit de monden van de andere zielen een Gloria met de allure van een Te Deum. Het zou te ver voeren alle gebeurtenissen (het zijn er achtentwintig: zeven maal een boetegezang, een deugd, een ondeugd en een zaligspreking) weer te geven. We sluiten de tocht langs de terrassen af met een tweetal boetegezangen: Het Agnus Dei van de toornigen en het Summae Deus van de wellustigen die in het vuur gereinigd worden. Dan komen we in het aards paradijs. Daar verschijnt Beatrice op een triomfwagen. Ze wordt onder anderen begeleid door de vier gevleugeld dieren die In medio et in circuitu  van Gods troon staan. Luid klinkt het Veni sponsa. Als Dante na een donderpreek van zijn geliefde het volmaakte berouw voelt, wordt hij gewassen in de Lethe. Onderwijl klinkt het Asperges me. De loutering is voltooid, de hoogmis kan beginnen: Alleluia!

 

De hoogmis in de hemel is een continue lofzang, zonder duidelijke structuur. Hier verliest de mens het zicht, hier ontbreken de woorden.  Alleen via Maria is er hoop: Ave Maria. Er klinken hosanna’s en lofprijzingen: Osanna sanctus, Te laudamus, Laus patri.  Dante spreekt zijn hoop, geloof en liefde uit: Sperent in te. We ontmoeten Franciscus en Dominicus: Seraphicus pater. En met de engelen (Cum angelis) gaan we op naar de eeuwige stad: Urbs Ierusalem, In civitate Domini. Maar zonder Maria gaat het niet. Bernardus bidt haar dat Dante God mag zien. Met dit gebed, Dantes letterlijke tekst in het Latijn vertaald en Gregoriaans getoonzet (O virgo mater en Quae caritatis), eindigt de komedie. Dante ziet God, voor ons gaat het licht voorlopig uit.

TERUG