NIEUWS (19 juni 2017)

 

Zondag 18 juni hebben wij de hoogmis gezongen in de Koepelkerk in Maastricht. Wij zongen gezangen van Sacramentsdag. Voorganger was Alphons Kurris.

Een gedeeltelijke Lauda Sion is te beluisteren op YouTube: https://youtu.be/ruWngo5Cybs

Daarna begaven we ons samen met onze partners naar het Vrijthof om op gepaste wijze ons actieve werkjaar af te sluiten.

 
Een uitgebrid artikel over onze Metten van Lebuïnus is recent verschenen in het tijdschrift Latijnse Liturgie. klik hier om het artikel te lezen
 
Zaterdag 1 april: Ons traditionele optreden bij St.-Walrick is goed verlopen
Hieronder treft u een link naar You tube voor een film opgenomen door onze vriend Hubert Hendriks
https://youtu.be/A_EMjdwwOKo
 

Hier het gedicht van Marjolein Pieks, Dorpsdichter van de Gemeente Heumen, dat ze voor ons declameerde:

 

Lentewende

 

De stem van het licht

sluimert in hoge bomen

zingt in de weerloosheid

van een lome lente ochtend

 

aanbiddend het nieuwe

licht dat in ons geboren

de armen spreidt

 

ademt de plooi van onze

genezing de belofte van

innerlijke beroering

 

verzameld in ons gebed

hangt aan de takken

drogend de nieuwe dag 

 
Er zijn besprekingen en recensies: verschenen van onze laatste nieuwe uitgaven van Lebuïnus-Metten. Klik HIER
 

Katholiek Nieuwsblad nr 12 24 maart 2017 (Stan Hollaardt mengde zich in de discussie; zie hier onder)

 

Muzikaal erfgoed herwaarderen

 

Bij het vijftigjarig jubileum van Musicam Sacram, de instructie van het Tweede Vaticaans Concilie over liturgische muziek, sprak paus Franciscus over het belang van een goede muzikale vorming. Wat is de situatie in Nederland?

Paus Franciscus sprak op 4 maart de deelnemers van het congres Muziek en kerk in het Vaticaan toe. Naar aanleiding van het jubileum van Musicam Sacram riep hij op tot “het bevorderen van een passende muzikale vorming, ook voor allen die zich voorbereiden voor het priesterschap”. Franciscus nodigde enerzijds uit tot “het behoeden en herwaarderen van het rijk pluriform erfgoed” uit het verleden, “door dit evenwichtig in het heden te gebruiken” en door een “nostalgische of ‘archeologische’ visie te mijden”. Anderzijds is het nodig om de gewijde muziek en liturgische zang “volledig in de artistieke en muzikale talen van de actualiteit te integreren”, zonder dat muziek “middelmatige, oppervlakkige, of banale” vormen aanneemt. (FP)

 

Bisdom Breda: Norbert Schnell, rector priesteropleiding Bovendonk:

“Muzikale vorming wordt door de studenten als belangrijk en leuk ervaren. Wij hebben een kerkmusicus die de vorming verzorgt. We moeten nog kijken naar wat de paus zegt over het belang van het vinden van een eigentijdse vorm. Dit kan in overleg met onze kerkmusici, door te kijken of liederen inhoudelijk en muzikaal goed zijn, en het geen banale vormen aanneemt.”

 

Bisdom Den Bosch: Filip De Rycke, rector grootseminarie Sint-Janscentrum:

“Muziek is qua aantal lesuren het zwaarste vak: zes jaar lang iedere week, individueel en klassikaal. Er is een katholieke beroepsdocent, die iedereen door zijn charisma en aanpak aan het zingen krijgt. Sommige mensen kunnen zingen, andere niet, vaak door angst. Wij zingen het hele getijdengebed, in het Nederlands en soms in het Latijn, eenvoudige psalmodieën en melodieën die overeenkomen met de teneur van de psalm. Ik vind dat mensen moeten zingen als ze kunnen zingen. Bespaar parochianen kattengejank. De zang is er niet om de priester te etaleren, anders kun je beter opera zingen. Zingen is ter ere van God.”

 

Bisdom Haarlem-Amsterdam: Luc Georges, rector Redemptoris Mater en Jeroen de Wit, rector grootseminarie St.-Willibrord:

“Zes jaar lang volgen de seminaristen wekelijks de verplichte cursus ‘muziekrepertoire’, met zangrepetities voor de komende liturgische vieringen. In het eerste of tweede studiejaar volgen ze wekelijks de cursus ‘muzikale vorming en liturgische zang I’. Hierbij worden onder meer de elementaire muziekleer en het gregoriaanse en moderne notenschrift behandeld. Ten slotte volgen seminaristen aan het einde van de opleiding een wekelijkse cursus gericht op de gezangen tijdens de Mis. Alles gebeurt in onderlinge samenwerking, onder begeleiding van onze muziekdocent.”

 

Bisdom Roermond: Lambert Hendriks, rector grootseminarie Rolduc:

“De paus zegt heel verstandige dingen. Hij bekritiseert niet wat er is, maar wijst de weg naar kwaliteitsverbetering. Het sluit aan bij al die mensen die in parochies werken om de kerkmuziek professioneel te houden. Wat paus Franciscus eigenlijk wil zeggen is: ‘We moeten niet alleen naar het verleden kijken, maar ook actualiseren.’ In ons bisdom besteden wij grote aandacht aan het op niveau houden van de muziek, zodat die zowel muzikaal als liturgisch verantwoord blijft. In parochies verwacht men dat een priester zich muzikaal uit kan drukken. Er was eens een mevrouw die zich afvroeg hoe iemand tot priester gewijd kon worden als hij niet kon zingen. Hoewel dit wat overdreven is, geeft het aan hoe belangrijk mensen dit vinden.”

Stanislaw Kielek, rector grootseminarie Redemptoris Mater “Naast de gezamenlijke muzieklessen met het seminarie van Rolduc, leren de seminaristen de Nederlandse gezangen door het regelmatig bezoeken van de zondagse Mis in parochies. Wij bidden dagelijks de lauden en vespers met gezongen psalmen, zowel in het gregoriaans als met liederen van het Neocatechumenaat. Muziek in de liturgie is van groot belang: het heeft een sterke catechetische en evangeliserende kracht.”

 

Bisdom Rotterdam: Walter Broeders, rector Centrum Vronesteyn:

“Goed van de paus, vaak is muziek verouderd. Er is muziek nodig die mensen raakt en tot geloof brengt. Wat mij betreft, is dit muziek die mensen opwekt. Het is belangrijk om meer uit muziek te halen, door een Geest die mensen aanspoort en raakt. In ons seminarie zijn er theorie- en praktijklessen, ook om te leren wat Kerk vraagt. Wij doen dit samen met de opleidingen van Utrecht en Breda.”

 

Aartsbisdom Utrecht: Patrick Kuipers, rector Ariënsinstituut: “Als parochiepastoor ben ik heel vaak geconfronteerd met muziek die niet liturgisch is. Binnen de opleiding hier is veel aandacht voor muzikale vorming, elke week anderhalf uur les waarbij naast het repertoire ook de inhoudelijke kant aan bod komt. Wij hebben twee kerkmusici die lesgeven. Seminaristen leren bijvoorbeeld zelf een evangelietekst zingen en op noten zetten. Er is qua bladmuziek vaak weinig voorhanden in Nederland. In Duitsland staan in het Missaal notenbalken, dit bevordert dat delen van de Mis gezongen worden.”

 

Stan Hollaardt, dirigent Gregoriaanse Schola Karolus Magnus:

“Mij valt op dat priesters en pastoraal werkers tekortschieten in inzicht in de waarde van het muzikaal-cultureel erfgoed. Ik heb vraagtekens bij de kennis van het Latijn en in het verlengde daarvan van de betekenis die het gregoriaans kan hebben in de liturgie.

De muziek staat ten dienste van de gewijde tekst, die expressief wordt uitgedragen. Ik hoop dat het gregoriaans in de muzikale vorming van priesters niet gemarginaliseerd wordt en wil eigenlijk ook pleiten voor nascholing van priesters en liturgisch actieve pastorale medewerkers.”

 

Ed Smeets, voorzitter Gregoriusvereniging, vicaris Liturgie & Kerkmuziek:

“Er is eigenlijk niets nieuws of afwijkends aan de toespraak van de paus. Enerzijds pleit hij voor het behoud van een goede traditie, anderzijds roept hij op deze te vertalen naar het hier en nu. Liturgische muziek is handelen op Gods uitnodiging. Nieuwe muziek kan in die lijn gezocht worden. Er zijn natuurlijk ook banale uitschieters zonder raakvlak met God die zich aan ons openbaart. Het probleem van een niet gedegen muzikale vorming begint bij het muziekonderwijs op scholen, dat steeds meer verdwijnt, waardoor seminaristen een brede muzikale achtergrond missen.”

 

Na het verschijnen van het artikel reageert Stan Hollaardt:

 

1.       Het beeld dat de meeste geïnterviewden schetsen is nogal rooskleurig. Uit de praktijk blijkt immers dat het bij priesters en vooral pastoraal werkers (en die vormen zo langzamerhand en zeker in de toekomst de meerderheid) schort aan kennis van de werkelijke waarde van het gregoriaans, namelijk niet als ornering of omlijsting, maar als wezenlijk bestanddeel van de liturgie!

2.      Bovendien: het lijkt erop alsof het Nederlands episcopaat de bui al voelde aankomen, want wat heb ik vernomen: sinds september 2016 nemen de priesterstudenten van de bisdommen Utrecht, Breda en Rotterdam deel aan een programma 'aanvullende vorming'. Vanaf nu is daar structureel het onderdeel liturgische muziek opgenomen. Maar ja, daarmee bereik je nog niet al die goedwillende pastorale werkers in de parochies.

 

TERUG